Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 2,00 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 1,00 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Algemeen Galvus is geen vervanger van insuline bij insulineafhankelijke patiënten. Galvus mag niet worden gebruikt bij patiënten met diabetes mellitus type 1 of voor de behandeling van diabetische ketoacidose. Nierfunctiestoornis De ervaring bij patiënten met ESRD die hemodialyse ondergaan, is beperkt. Daarom dient Galvus bij deze patiënten met voorzichtigheid te worden gebruikt (zie ook rubrieken 4.2, 5.1 en 5.2). Leverfunctiestoornis Galvus mag niet worden gebruikt bij patiënten met leverfunctiestoornissen, waaronder patiënten met ALT of AST > 3x ULN voorafgaand aan de behandeling (zie ook rubrieken 4.2 en 5.2).
Leverenzym monitoring Zeldzame gevallen van leverdysfunctie (waaronder hepatitis) zijn gemeld. In deze gevallen waren de patiënten over het algemeen asymptomatisch zonder klinische gevolgen en de testresultaten van de leverfunctie bereikten weer normale waarden na het staken van de behandeling. Leverfunctietests dienen uitgevoerd te worden voordat wordt gestart met de behandeling met Galvus om de uitgangswaarde van de patiënt te bepalen. De leverfunctie moet gevolgd worden tijdens de behandeling met Galvus, met een interval van drie maanden, gedurende het eerste jaar en periodiek daarna. Bij patiënten die een verhoging van de transaminasespiegels ontwikkelen, dient onder medische controle een tweede leverfunctietest te worden uitgevoerd om het resultaat te bevestigen en de leverfunctie dient hierna regelmatig te worden getest totdat de afwijking(en) weer het normale niveau heeft (hebben) bereikt. Indien een AST- of ALT-verhoging van driemaal ULN of hoger aanhoudt, wordt aanbevolen de behandeling met Galvus stop te zetten. Patiënten die geelzucht of andere tekenen die kunnen wijzen op leverdysfunctie ontwikkelen, dienen de behandeling met Galvus te staken. Na het stoppen van de behandeling met Galvus en LFT-normalisatie mag de behandeling met Galvus niet herstart worden. Hartfalen Een klinische studie van vildagliptine bij patiënten met New York Heart Association (NYHA) functionele klasse I-III toonde aan dat behandeling met vildagliptine niet werd geassocieerd met een verandering in de linkerventrikelfunctie of verergering van al bestaand congestief hartfalen (CHF) versus placebo. Klinische ervaring bij patiënten met NYHA functionele klasse III behandeld met vildagliptine is nog beperkt en de resultaten zijn niet overtuigend (zie rubriek 5.1). Er is geen ervaring met het gebruik van vildagliptine in klinische onderzoeken bij patiënten met NYHA functionele klasse IV en daarom wordt het gebruik bij deze patiënten ontraden. Huidaandoeningen Huidlesies, waaronder blaarvorming en ulceraties, aan de extremiteiten van apen zijn gemeld in het niet-klinisch toxicologisch onderzoek (zie rubriek 5.3). Hoewel huidlesies niet met een verhoogde incidentie zijn waargenomen in het klinisch onderzoek, was er beperkte ervaring bij patiënten met diabetische huidcomplicaties. Daarnaast zijn er postmarketingmeldingen van bulleuze en exfoliatieve huidlaesies. Daarom wordt controle op huidaandoeningen, zoals blaasvorming of ulceraties, aanbevolen, in lijn met de standaard zorg voor diabetische patiënten. Acute pancreatitis Het gebruik van vildagliptine is geassocieerd met het risico dat zich acute pancreatitis ontwikkelt. Patiënten moeten worden geïnformeerd over de karakteristieke klachten van acute pancreatitis. Als pancreatitis wordt vermoed, moet de behandeling met vildagliptine worden gestopt; als acute pancreatitis wordt bevestigd, moet behandeling met vildagliptine niet opnieuw worden gestart. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een voorgeschiedenis van acute pancreatitis. Hypoglykemie Van sulfonylureumderivaten is bekend dat deze hypoglykemie veroorzaken. Patiënten die vildagliptine krijgen in combinatie met een sulfonylureumderivaat kunnen een verhoogd risico hebben op hypoglykemie. Daarom kan een lagere dosis van sulfonylureumderivaat worden overwogen om het risico van hypoglykemie te verlagen. Hulpstoffen Dit middel bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
Vildagliptine is geïndiceerd als aanvulling op dieet en lichaamsbeweging om de glykemische controle
te verbeteren bij volwassenen met diabetes mellitus type 2:
- als monotherapie bij patiënten voor wie metformine niet geschikt is vanwege contra-indicaties
of intolerantie.
- in combinatie met andere geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes, waaronder
insuline, wanneer deze onvoldoende glykemische controle geven (zie rubrieken 4.4, 4.5 en 5.1
voor beschikbare gegevens over verschillende combinaties).
Elke tablet bevat 50 mg vildagliptine. Hulpstof met bekend effect: elke tablet bevat 47,82 mg lactose (watervrij).
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Vildagliptine geeft een lage kans op interacties met gelijktijdig toegediende geneesmiddelen. Aangezien vildagliptine geen substraat van het cytochroom P (CYP) 450-enzym is en CYP450- enzymen niet remt of induceert, is interactie onwaarschijnlijk met actieve stoffen die substraten, remmers of induceerders van deze enzymen zijn. Combinatie met pioglitazon, metformine en glyburide De resultaten van onderzoeken met deze orale antidiabetica toonden geen klinisch significante farmacokinetische interacties. Digoxine (Pgp substraat), warfarine (CYP2C9 substraat) Klinisch onderzoek bij gezonde proefpersonen toonde geen klinisch significante farmacokinetische interacties. Dit is echter niet voor de doelgroep vastgesteld. Combinatie met amlodipine, ramipril, valsartan of simvastatine Er zijn geneesmiddeleninteractieonderzoeken met amlodipine, ramipril, valsartan en simvastatine bij gezonde proefpersonen uitgevoerd. In deze onderzoeken zijn geen klinisch significante farmacokinetische interacties waargenomen na gelijktijdige toediening met vildagliptine. Combinatie met ACE-remmers Er kan een verhoogd risico op angio-oedeem zijn bij patiënten die gelijktijdig ACE-remmers innemen (zie rubriek 4.8). Zoals ook voor andere orale antidiabetica geldt, kan de hypoglykemische werking van vildagliptine verminderd worden door bepaalde actieve bestanddelen waaronder thiaziden, corticosteroïden, schildkliermiddelen en sympathicomimetica.
Samenvatting van het veiligheidsprofiel Veiligheidsgegevens zijn verzameld bij een totaal van 5.451 patienten die behandeld werden met vildagliptine met een dagelijkse dosering van 100 mg (50 mg tweemaal daags) in gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde onderzoeken die tenminste 12 weken duurden. Van deze patiënten kregen 4.622 patienten vildagliptine als monotherapie en 829 patiënten kregen placebo. De meeste bijwerkingen tijdens deze onderzoeken waren mild en van voorbijgaande aard en stopzetting van de behandeling was niet noodzakelijk. Er werd geen relatie gevonden tussen bijwerkingen en leeftijd, etniciteit, blootstellingsduur of dagelijkse dosering. Hypoglykemie is gemeld bij patiënten die vildagliptine gelijktijdig met sulfonylureumderivaat en insuline kregen. Het risico op acute pancreatitis is gemeld bij het gebruik van vildagliptine (zie rubriek 4.4) Overzicht van de bijwerkingen in tabelvorm De bijwerkingen die gemeld werden bij patiënten die behandeld werden met Galvus als monotherapie en als toevoeging aan de bestaande therapie in dubbelblind onderzoek zijn hieronder gerangschikt voor iedere indicatie volgens systeem/orgaanklasse en absolute frequentie. De frequenties zijn gedefinieerd als zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100, <1/10), soms (≥1/1.000, <1/100), zelden (≥1.10.000, <1/1.000), zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst. Tabel 1 Bijwerkingen gemeld bij patiënten die vildagliptine als monotherapie of als aanvullende therapie kregen in gecontroleerde klinische onderzoeken en tijdens postmarketingervaring Systeem/ orgaanklasse - bijwerking Frequentie Infecties en parasitaire aandoeningen Nasofaryngitis Zeer vaak Ontsteking van de bovenste luchtwegen Vaak Voedings- en stofwisselingsstoornissen Hypoglykemie Soms Zenuwstelselaandoeningen Duizeligheid Vaak Hoofdpijn Vaak Tremor Vaak Oogaandoeningen Wazig zicht Vaak Maagdarmstelselaandoeningen Constipatie Vaak Misselijkheid Vaak Gastro-oesofageale reflux Vaak Diarree Vaak Buikpijn, inclusief pijn in de bovenbuik Vaak Braken Vaak Flatulentie Soms Pancreatitis Zelden Lever- en galaandoeningen Hepatitis Niet bekend* Huid- en onderhuidaandoeningen Hyperhidrosis Vaak Huiduitslag Vaak Pruritis Vaak Dermatitis Vaak Urticaria Soms Exfoliatieve en bulleuze huidlaesies, waaronder bulleus pemfigoïd Niet bekend* Cutane vasculitis Niet bekend* Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Artralgie Vaak Myalgie Vaak Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen Erectiestoornis Soms Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Asthenie Vaak Perifeer oedeem Vaak Vermoeidheid Soms Koude rillingen Soms Onderzoeken Abnormale leverfunctietesten Soms Gewichtstoename Soms * Gebaseerd op postmarketingervaring. Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen Leverfunctiestoornis Zeldzame gevallen van leverdysfunctie (waaronder hepatitis) zijn gemeld. In deze gevallen waren de patiënten over het algemeen asymptomatisch zonder klinische gevolgen en de testresultaten van de leverfunctie bereikten weer normale waarden na het staken van de behandeling. Gegevens van gecontroleerde monotherapieonderzoeken en aanvullende-therapieonderzoeken die tot 24 weken duurden, toonden een incidentie van ALT- of AST-verhogingen ≥ 3x ULN (geclassificeerd als aanwezig bij ten minste 2 opeenvolgende metingen of bij het laatste bezoek tijdens de behandeling) van respectievelijk 0,2%, 0,3% en 0,2% voor vildagliptine 50 mg eenmaal daags, vildagliptine 50 mg tweemaal daags en alle comparatoren. Deze verhogingen in transaminasen waren over het algemeen asymptomatisch, niet-progressief van aard en niet-geassocieerd met cholestase of geelzucht. Angioedeem Zeldzame gevallen van angioedeem werden gemeld met vildagliptine, met een vergelijkbare frequentie als de controlegroep. Een hoger percentage gevallen werd gemeld wanneer vildagliptine gecombineerd werd met een 'angiotensin converting enzyme'-remmer (ACE-remmer). Het merendeel van deze gevallen was mild van ernst en van voorbijgaande aard onder voortgezette vildagliptine behandeling. Hypoglykemie Hypoglykemie kwam soms voor wanneer vidagliptine (0,4%) als monotherapie werd gebruikt in vergelijkende gecontroleerde studies met een actieve comparator of placebo (0,2%). Er werden geen ernstige of serieuze gevallen van hypoglykemie gemeld. Bij gebruik als aanvulling op metformine trad hypoglykemie op bij 1% van de met vildagliptine behandelde patiënten en bij 0,4% van de met placebo behandelde patiënten. Wanneer pioglitazon werd toegevoegd, trad hypoglykemie op bij 0,6% van de met vildagliptine behandelde patiënten en bij 1,9% van de met placebo behandelde patiënten. Wanneer sulfonylureumderivaat werd toegevoegd, trad hypoglykemie op bij 1,2% van de met vildagliptine behandelde patiënten en bij 0,6% van de met placebo behandelde patiënten. Wanneer sulfonylureumderivaten en metformine werden toegevoegd, trad hypoglykemie op bij 5,1% van de met vildagliptine behandelde patiënten en bij 1,9% van de met placebo behandelde patiënten. Bij patiënten die vildagliptine in combinatie met insuline gebruikten, was de incidentie van hypoglykemie 14% voor vildagliptine en 16% voor placebo.
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor (één van) de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Zwangerschap Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van vildagliptine bij zwangere vrouwen. Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken bij hoge doseringen (zie rubriek 5.3). Het potentiële risico voor de mens is niet bekend. Aangezien gegevens over gebruik bij mensen ontbreken, mag Galvus tijdens zwangerschap niet gebruikt worden. Borstvoeding Het is niet bekend of vildagliptine in de moedermelk wordt uitgescheiden. Bij experimenteel onderzoek bij dieren werd vildagliptine in de moedermelk uitgescheiden. Galvus dient niet te worden gebruikt tijdens het geven van borstvoeding. Vruchtbaarheid Er is voor Galvus geen onderzoek gedaan naar het effect op de vruchtbaarheid bij de mens (zie rubriek 5.3).
Bij gebruik als monotherapie, in combinatie met metformine, in combinatie met thiazolidinedion, in
combinatie met metformine en een sulfonylureumderivaat of in combinatie met insuline (met of
zonder metformine), is de aanbevolen dagdosering 100 mg vildagliptine, toegediend als één 50 mg
dosis 's morgens en één 50 mg dosis 's avonds.
Bij gebruik als tweevoudige combinatie met een sulfonylureumderivaat is de aanbevolen dosering
50 mg vildagliptine eenmaal daags die 's morgens wordt ingenomen. Bij deze patiëntengroep was de
werkzaamheid van 100 mg vildagliptine per dag niet hoger dan 50 mg vildagliptine eenmaal daags.
Bij gebruik in combinatie met een sulfonylureumderivaat, kan een lagere dosis van het
sulfonylureumderivaat worden overwogen om het risico van hypoglykemie te verminderen.
Hogere doseringen dan 100 mg worden niet aanbevolen.
| CNK | 4947933 |
|---|---|
| Organisaties | Pi Pharma |
| Merken | Pi Pharma |
| Breedte | 81 mm |
| Lengte | 119 mm |
| Diepte | 73 mm |
| Actieve ingrediënten | vildagliptine |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |